Ook na ’83 boerde Bowie chique

Muziekdiscussie’s. Smaken verschillen. Twee termen die hand in hand gaan. Maar niet altijd. Kroegpraat is geen kroegpraat meer als gerespecteerde ‘specialisten’ hun boekje te buiten gaan. In de talkshow De Wereld Draait Door laten presentator Matthijs van Nieuwkerk (tevens gezicht van de Top 2000 A Gogo) en schrijver Joost Zwagerman zich niet van hun meest ‘Bowieuze’ kant zien. Want beweren dat David Bowie na ‘Let’s Dance’ geen goede muziek meer heeft gemaakt is hetzelfde als hard kunnen maken dat Paul McCartney écht onder de zoden ligt.

Om het beschaaft en overzichtelijk te houden volgen hieronder negen videoclips, onderverdeeld in zijn laatste drie facetten, van nummers welke naadloos aansluiten op de rest van zijn carrière. De enige bewering die hierna nog overeind blijft is dat Bowie sinds 2006 zijn dominante rol in de muziekwereld aan de wilgen heeft gehangen. Dat jaartal min 1983 maakt een verschil van 276 maanden. Dat is nogal wat.

‘Disco Bowie’ na 1983
“Na ‘Let’s Dance’ maakte Bowie geen goede muziek meer,” aldus Van Nieuwkerk en een instemmende Zwagerman. Maar welke song laat De Wereld Draait Door wel zien in een compilatie van Bowie hits? Juist, ‘Blue Jean’ uit 1984, een jaar na het zogenoemde einde van de (muzikale) duizendpoot uit Brixton. Afijn, in datzelfde jaar scoren Bowie en Tina Turner een hit met ‘Tonight’, een bewerking van het origineel van punkrocker Iggy Pop uit 1977*. Vier jaar later brengt het duo het nummer nogmaals als live-uitvoering. De song slaat wederom aan en bereikt nu zelfs de eerste plaats in de Nederlandse Top 40.


“Tonight uit 1985”

1985 is ook geen slecht jaar voor Bowie. Met ‘This Is Not America en ‘Loving The Alien’ claimt hij een plek in de Top 20. Een nummer 1 hit scoort hij samen met Mick Jagger met ‘Dancing In The Street’.


“Dancing In The Street uit 1985”

In 1986 besluit Bowie zijn muziek volledig te slijten aan de filmkunst. Afkomstig uit de kaskraker Labyrinth, waarin Bowie ook de hoofdrol op zich neemt, zijn ‘Underground’ en ‘Magic Dance’. Ook met ‘When the Wind Blows’ boert Bowie goed. Het hoogtepunt van 1986 bereikt hij met ‘Absolute Beginners’.


“Absolute Beginners uit 1986”

‘Jungle Bowie’ na 1990
We kennen Bowie niet alleen als muzikale pionier. Niet voor niets kan hij ook het predikaat ‘kameleon’ op zijn jasje spelden. In de jaren ’90 laat hij de disco achter zich en experimenteert hij met nieuwe invloeden als jungle en house. Deze komen past echt tot uiting halverwege de jaren ’90. Tot die tijd smelt hij pop, funk en jazz nog een laatste keer samen met het aanstekelijke ‘Jump They Say’ als gevolg.


“Jump They Say uit 1993”

Daar waarmee Kraftwerk begin jaren ’70 de (pop)muziek op ingenieuze wijze veranderd, gaat het synthesizer-geluid halverwege jaren ’90 verder. Bowie is geen dief en verweeft de muziek van toen én nu met zijn eigenzinnige stemgeluid. ‘Hallo Spaceboy’ is daarop zijn muzikale antwoord. Dit is tevens het eerste Bowie-nummer waarin jungle-invloeden te horen zijn. Deze muziekstroming is begin negentiger jaren ontstaan, maar Bowie weet er een geheel eigen draai aan te geven.


“Hallo Spaceboy uit 1996”

Een jaar later, in 1997, zet Bowie zijn experiment met ‘junglerock’ voort met ‘Little Wonder’. ‘Seven Years In Tibet’, uit datzelfde jaar, krijgt een speciale vermelding. Hierin brengt Bowie zijn junglerock tot een hoogtepunt. De futuristische en hyperactieve samples leggen het af tegen scheurende gitaren. Voor Bowie is het dan ook tijd om zijn experiment tot een einde te brengen. Een nieuwe fase in zijn carrière is aangebroken. Dat onderschrijft hij eind jaren ’90 in een duet met Placebo in ‘Without You I’m Nothing’ en het daaropvolgende (ijzersterke) ‘Thursday’s Child’.


“Seven Years In Tibet uit 1997”

‘Millennium Bowie’ na 2000
De laatste jaren van zijn muziekcarrière keert Bowie terug naar een soortgelijk geluid als waar hij ooit mee begon: Diepgaand singer-songwriter werk met een persoonlijke touch in de vorm van zijn onmiskenbare stemgeluid. Het cirkeltje lijkt rond voor Bowie. Wanneer hij halverwege zijn tour in 2004 ook nog eens een lichte hartaanval te verwerken krijgt lijkt hij de handdoek in de ring te hebben gegooid: Einde carrière (tot zover). Met ‘Slow Burn’ weet Bowie nog een Grammy nominatie op zijn naam te schrijven voor Best Rock Male Vocal Performance.


“Slow Burn’ uit 2002”

Met ‘New Killer Star’ scoort Bowie in 2003-2004 nog een bescheiden hitje in Japan. Niets vernieuwend meer, slechts een allegaartje fijne poprock. Ook de man die nooit oud wordt begint nu toch echt wat rimpels te vertonen. In ‘Never Get Old’ weet Bowie zijn glamour bestaan knap te verwoorden: And there’s never gonna be enough money, and there’s never gonna be enough drugs, and I’m never ever gonna get old”. Zo is het maar net.


“Never Get Old uit 2003”

Als je dan toch nog een (voorlopig?) laatste keer op het podium stapt, dan doe je dat natuurlijk wel met verve. Wanneer Pink Floyd-legende David Gilmour een muzikale ode brengt aan zijn overleden vriend en collega Syd Barrett, aarzelt Bowie geen moment om zijn medewerking te verlenen. Het resultaat is een ijzersterke Barrett-cover: ‘Arnold Layne’. Voor de gelegenheid klimt Bowie nog één keer op het podium…


“Arnold Layne uit 2006”

Voetnoot
* David Bowie schreef en produceerde ‘Tonight’ in 1977 speciaal voor Iggy Pop, om de aan lager wal geraakte zanger een nieuwe carrièreboost te geven. Bowie is in deze versie ook op de achtergrond te horen.

148 thoughts on “Ook na ’83 boerde Bowie chique

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

6 + 4 =